Vier groepen wettelijke erfgenamen

Groepen van wettelijke erfgenamen worden ook wel parentelen genoemd. Dit zijn groepen die in volgorde in aanmerking komen voor een erfenis. Wanneer groep 1 in de rij aanwezig is, dan vervalt het recht van de groepen 2, 3 en 4. Wanneer groep 1 niet aanwezig is, maar groep 2 wel, dan vervallen de rechten van groepen 3 en 4. Is groep 3 de eerst aanwezige groep, dan heeft alleen deze groep recht op de erfenis. Groep 4 heeft recht op de erfenis als de groepen 1, 2 en 3 niet aanwezig zijn. Wij zullen hieronder de groepen omschrijven.

Groep 1: Echtgenoten en geregistreerd partners en de gezamenlijke kinderen

De partner die achterblijft bij een overlijden behoort alleen in deze groep wanneer het huwelijk of het geregistreerd partnerschap nog actief was. Maria en Willem zijn getrouwd en hebben twee kinderen, namelijk Annelies en Bert. Maria komt te overlijden, waardoor Willem, Annelies en Bert elk 1/3 deel van de erfenis krijgen. Wanneer Willem met Maria getrouwd is, maar nog twee kinderen heeft uit een eerder huwelijk, dan hebben deze twee andere kinderen geen recht op een deel van de erfenis. Is Willem van Maria gescheiden? Dan heeft hij geen recht op een deel van de erfenis.

Groep 2: Ouders, broers en zussen

De tweede groep wordt gevormd door de ouders van de persoon die is overleden en door de eventuele broers en zussen van de overleden persoon. Maria komt te overlijden en heeft geen man of kinderen. Haar ouders leven allebei nog op het moment van haar overlijden en zij heeft twee broers. In dit geval krijgen de twee ouders en de twee broers elk een kwart van de erfenis. Stel dat er nog een zus is geweest die al is overleden, en zij had twee kinderen, dan worden haar twee kinderen in haar plaats gezet middels plaatsvervulling. In dit geval krijgen de ouders allebei een kwart van de erfenis. Haar broers krijgen allebei 1/8 deel en de kinderen van haar overleden zus ontvangen allebei 1/16 deel van de erfenis. Ouders hebben altijd recht op een kwart van de erfenis per ouder. Wanneer beide ouders nog in leven zijn, dan betekent dit dus dat de helft van de erfenis bij de ouders terecht komt en de andere helft wordt verdeeld onder de overige partijen.

Groep 3: Opa’s en oma’s van de overleden persoon

Wanneer er geen broers en zussen zijn, geen ouders en geen kinderen, dan wordt er gekeken naar opa’s en oma’s, en de overige kinderen van deze opa’s en oma’s, dus eventuele ooms en tantes. Als iemand overlijdt en er is aan de ene kant van de familie nog 1 tante (een dochter van de opa en oma) en aan de andere kant van de familie is nog 1 opa en een oom (de zoon van deze opa), dan krijgt de opa een kwart van de erfenis. Zijn zoon krijgt ook een kwart van de erfenis. De andere helft van de erfenis gaat naar de tante, omdat zij de plaats inneemt van haar ouders inneemt. Zij krijgt dus twee maal een kwart.

Groep 4: De overgrootouders

Het komt zelden voor dat groep vier als eerste groep dient te worden aangesproken. Deze groep wordt gevormd door de overgrootouders van een overleden persoon en in de praktijk gebeurt het niet vaak dat deze bij overlijden van het achterkleinkind nog wel in leven zijn.