Samenlevingscontract en overlijden

Een samenlevingscontract wordt opgesteld door een notaris, op basis van de wensen en eisen van de partijen die in het samenlevingscontract worden opgenomen. Het laten opstellen van een samenlevingscontract is geen verplichting, maar het is wel aan te raden wanneer u samenwoont met een partner, maar niet getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap heeft. Het samenlevingscontract wordt vooral opgesteld voor het geval één van de partners komt te overlijden. Het contract zorgt er dan voor dat de partner die achterblijft rechten en plichten heeft.

Waarom is een notarieel opgesteld samenlevingscontract belangrijk?

Met een notarieel opgesteld samenlevingscontract ontstaan er na het overlijden van een partner rechten en plichten voor de andere partner. In de praktijk betekent dit dat het samenlevingscontract ervoor zorgt dat de partner die achterblijft recht heeft op nabestaandenpensioen. Daarnaast is het zo dat deze partner voor een belastingtarief voor gehuwden in aanmerking komt. Het kan zijn dat de partners die een samenlevingscontract aangaan al kinderen hebben uit voorgaande relaties. Bij overlijden komt het voor dat de kinderen van de overleden partner aanspraak willen maken op de bezittingen dan wel het vermogen van de overleden partner. Het samenlevingscontract is er om de achterblijvende partner hiertegen te beschermen. Hiervoor is in feite een testament nodig, echter, een testament kan uitsluitend worden opgesteld met deze bescherming wanneer er een notarieel opgesteld samenlevingscontract aanwezig is.

Wat moet er in het samenlevingscontract staan?

Partners kunnen samen beslissen welke zaken er wel in het samenlevingscontract vermeld moeten worden en welke eventuele zaken niet. Voor veel partners is het belangrijk om een verblijvingsbeding in het samenlevingscontract op te nemen. Dit onderdeel legt eigenlijk vast dat de gezamenlijke bezittingen worden overgedragen aan de langstlevende partner in het geval van overlijden van de andere partner. Bij leven worden de bezittingen gezien als een gezamenlijk bezit en door middel van een samenlevingscontract kan worden vastgesteld dat de partner die achterblijft hier de eigenaar van wordt. Dit voorkomt dat deze achterblijvende partner het gezamenlijk huis moet verlaten of een deel van de inboedel moet afstaan.

Een belangrijk onderwerp dat u kunt regelen in een samenlevingscontract is een zogenaamd verblijvingsbeding. Dit is een bepaling waarmee u kunt regelen dat gemeenschappelijke bezittingen (denk bijvoorbeeld aan een eigen woning en inboedelgoederen) bij het overlijden van een van de partners bij de langstlevende partner terechtkomt. Hij of zij wordt na het overlijden als het ware ook eigenaar van de andere helft van de gemeenschappelijke bezittingen.

Regels met betrekking tot het verblijvingsbeding

De wet is er om zoveel mogelijk partijen in bepaalde situaties te beschermen. Mede om deze reden zijn er regels en eisen opgesteld voor het verblijvingsgeding. In de praktijk betekent dit dat een verblijvingsbeding alleen als geldig wordt verklaard wanneer de kans op sterfte voor beide partners ongeveer gelijk is. Dit betekent dat een te groot leeftijdsverschil tussen beide partners, waarbij de oudste een hogere sterftekans heeft, ervoor kan zorgen dat het verblijvingsbeding niet geldig is. In de meeste gevallen wordt een leeftijdsverschil van vijf jaren als maximum beschouwd. Daarnaast is het zo dat de bezittingen van de overleden partner officieel moeten worden overgedragen aan de langstlevende partner. Dit gebeurt dus niet automatisch. Hierdoor zou er in de praktijk ruimte bestaan voor erfgenamen om zich te verzetten tegen deze overdracht. Dit kan worden voorkomen door een onherroepelijke volmacht in het geheel te laten opnemen.. Dit betekent dat de erfgenamen in geen geval recht van spreken hebben. Anderzijds is het ook zo dat een verblijvingsbeding in de meeste gevallen ook betekent dat de eventuele schulden van de overleden partner automatisch worden overgeschreven op naam van de langstlevende partner.

Een erfenis ontnemen van de kinderen

Kinderen hebben volgens de wet recht op een erfenis wanneer een ouder komt te overlijden. Hiervoor geldt een wettelijk minimum deel van de erfenis dat bij het kind of de kinderen terecht moet komen. Het is zo dat een verblijvingsbeding er niet voor kan zorgen dat dit deel van de erfenis wordt ontnomen van het kind of de kinderen. Wanneer in de praktijk blijkt dat het verblijvingsbeding ervoor zorgt dat eventuele kinderen tekort komen, dan hebben zij het recht om dit deel op te eisen. Het verblijvingsbeding is uitsluitend bedoeld voor gezamenlijke bezittingen. Om alles goed te regelen met betrekking tot een verblijvingsbeding is het aan te raden om hiervoor een notaris in te schakelen.