Basisprincipes van het wettelijke erfrecht

In het wettelijk erfrecht wordt er gesproken van een vermogen van een overleden persoon. Het vermogen bestaat uit zowel de bezittingen als de eventuele schulden. Wanneer er sprake is van erfopvolging, dan wordt het vermogen overgenomen door de erfgenamen van de overleden persoon. Dit betekent dat de bezittingen en schulden door hen worden overgenomen. In het testament kan worden aangegeven wie erfgenamen zijn en wie niet. Niet iedereen laat een testament opstellen bij een notaris. Wanneer er geen testament aanwezig is, dan zal de wet vaststellen wie erfgenamen zijn en wie niet. Er wordt dan gekeken naar bloedverwanten en aanverwanten. Hier vertellen wij u graag meer over.

De aanwezigheid van bloedverwanten

In het wettelijk erfrecht zal er eerst worden gekeken naar de aanwezigheid van bloedverwanten. Er wordt gesproken van een bloedverwantschap wanneer twee personen dezelfde voorouder hebben. Er is in twee gevallen sprake van een dergelijk verwantschap. Op de eerste plaats wanneer personen dezelfde stamvader of –moeder hebben. Dit betekent dat er een bloedverwantschap bestaat tussen bijvoorbeeld neven en nichten van dezelfde kant van de familie. Op de tweede plaats gaat het om personen die rechtstreeks van elkaar afstammen, zoals de relatie vader / moeder en kind.

Diverse graden in bloedverwantschap

Bloedverwantschap is niet altijd gelijk. Het wordt uitgedrukt in graden en iedere graad geeft in de praktijk aan hoe de personen in een rechte lijn van elkaar afstammen. Een graad geeft daarbij aan hoeveel personen er nog tussen staan. Wanneer we kijken naar een broer en een zus, dan zien we dat de ouders zorgen voor het verwantschap. Er wordt dan gesproken van een tweedegraads bloedverwantschap tussen broer en zus. Er staat ook een ouder tussen een opa en een kleinkind, dus ook dit is tweedegraads bloedverwantschap. Er staat niemand tussen een vader en zijn zoon. Dit is dus één lijn en er wordt dan gesproken van een eerstegraads bloedverwantschap. Wanneer we verder kijken naar neven en nichten, dan komen we al uit op vierdegraads bloedverwantschap.

Bloedverwantschap staat niet gelijk aan erfgenamen

Wanneer er sprake is van een bloedverwantschap, dan betekent dit in de praktijk niet dat er ook direct sprake is van een erfgenaam. Wanneer een kind niet officieel wordt erkend door zijn of haar vader, dan staat dit kind niet in de familierechtelijke betrekking en is het geen erfgenaam, ondanks dat er sprake is van een eerstegraads bloedverwantschap. Een erfgenaam hoeft ook niet per definitie een bloedverwante te zijn. Er zijn hier uitzonderingen in. Zo kan een geadopteerd kind, dat geen bloedverwant is, wel erfgenaam zijn. Daarnaast wordt ook de achterblijvende partner als erfgenaam gezien wanneer er sprake was van een huwelijk of een geregistreerd partnerschap.

Aanverwantschap tussen personen

Naast bloedverwantschap is er ook nog aanverwantschap te vinden in de basis van het wettelijke erfrecht. Wanneer er sprake is van een huwelijk of een geregistreerd partnerschap, dan ontstaan er aanverwante partijen. Dit zijn partijen die geen bloedverwanten zijn van de overleden persoon, maar die wel aan de betreffende persoon zijn verbonden door de aanwezigheid van een huwelijk of geregistreerd partnerschap met een partij die wel bloedverwant is. Dit betekent dat schoonouders, schoonkinderen en stiefkinderen worden gezien als aanverwanten en niet als bloedverwanten. Aanverwanten zijn nooit erfgenamen wanneer er geen testament is opgesteld waarin zij worden vermeld.