Tarieven en vrijstellingen erfbelasting

De belastingdienst berekent de erfbelasting op basis van diverse factoren. De relatie tussen de erfgenaam en de erflater is hierbij van grot belang. Daarnaast wordt er ook gekeken naar de waarde van het betreffende erfdeel. In de basis zijn er vier groepen te vinden voor de tarieven die gelden voor erfbelasting. De eerste tariefgroep wordt gevormd door partners en kinderen. De tweede tariefgroep wordt gevormd door kleinkinderen. De derde tariefgroep wordt gevormd door overige erfgenamen, zoals onder meer broers, zussen, ouders, nichten, neven, vrienden en bijvoorbeeld collega’s. De vierde groep wordt gevormd door de ANBI’s, ook wel de Algemeen Nut Beogende Instellingen, en de SBBI’s, ook wel de Sociaal Belang Behartigende Instellingen.

De hoogte van de nalatenschap

De totale waarde van de erfenis speelt een rol bij het bepalen van de percentages die moeten worden betaald aan erfbelasting. Er zijn twee schijven en dit betekent dat er één grensbedrag is waar u onder kunt blijven of boven uit komt. Dit bedrag is vastgesteld op 115.708 euro. Blijft u hieronder, dan geldt de eerste tariefschijf. Blijft u hier niet onder, dan geldt de tweede tariefschijf.

Percentages in de eerste tariefschijf

Wanneer we kijken naar de percentages in de eerste tariefschijf , dan zien we dat de ANBI’s en de SBBI’s het minst betalen. Dit is namelijk vastgesteld op 0 procent. De eerste groep komt uit op 10 procent en de tweede groep komt uit op 18 procent. De derde groep kent het hoogste percentage, namelijk 30 procent. De tarieven in de tweede schijf liggen aanzienlijk hoger. Ook in deze schijf geldt 0 procent voor de ANBI’s en de SBBI’s. De eerste groep komt uit op 20 procent en de tweede groep komt op een totaal van 36 procent. De derde groep komt uit op een percentage van maar liefst 40 procent.

Vrijstellingen met betrekking tot de erfbelasting

Er gelden diverse vrijstellingen wanneer het gaat om het betalen van erfbelasting. Bepaalde bedragen zijn daarmee vrij van belasting. Voor partners die achterblijven zijn deze vrijstellingen het hoogst. Dit is zo geregeld omdat een partner er vanaf het moment van het overlijden alleen voor staat en deze moet zichzelf goed kunnen redden op financieel gebied. De vrijstelling voor partners bedraagt dan ook meer dan 600.000 euro. Natuurlijk kan het zijn dat er al zaken zijn geregeld om de partner goed verzorgd achter te laten. Hierbij valt te denken aan een bepaalde vorm van een periodieke uitkering, zoals lijfrente. In dit geval wordt de waarde hiervan op de vrijstelling in mindering gebracht. Deze vrijstelling geldt voor zowel partners vanuit een huwelijk als voor de langstlevende vanuit een geregistreerd partnerschap.